di
24
jan
2012
In het propedeusejaar van de opleiding journalistiek word je er als wannabe-real-life-verhalenverteller direct mee doodgegooid. De vijf W's en de H: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.
Het 'waarom' boeide me van deze topische vragen doorgaans eigenlijk het minst. In plaats daarvan hanteerde ik mijn eigen W - die van whatever. Gebeurd is gebeurd, voorbij is voorbij, op naar het volgende. Anders was ik wel politiek of financieel-economisch analist bij NRC of RTL-Z geworden. Filosofie gaan studeren. Of levensbeschouwing gaan doceren. Zoiets.
De kleinere dames Puntjevanjeneus zijn ook niet zo'n waarommers. Oké, op momenten van verondersteld levensgroot onrecht is er wel eens een hoogstemmig 'waarom' gejammerd - met het accent op de '-om' en meestal vergezeld van een evenzo gejammerd 'niet'.
Maar de beroemde inhóudelijke waarom-fase, die ging voor zover ik me kan heugen tot dusver een klein beetje aan ons voorbij. Behalve dan dat ik me vrijwel dagelijks afvraag waarom mijn nacht wéér een of twee keer onderbroken werd, maar dat terzijde.
Onze kleine blondines hebben zich nooit (althans niet hardop) afgevraagd waarom honden blaffen en andere dieren niet. Waarom er wolken aan de hemel staan. Waarom hun haren groeien. Waarom het donker wordt. En weer licht. Waarom er een baby in mama's buik groeide en niet gewoon kant-en-klaar uit het supermarktschap kon worden geplukt. Waarom opa Jan een tuintje met een statige donkergrijze steen heeft, maar ze hem daar zelf nooit treffen.
Ons kroost initieert zijn eigen fasen. De meest hardnekkige: noem het maar de tweede H. Die van 'Huh?'. Daarvoor gaan we op korte termijn trouwens met Fem naar de orendokter, waarover later vast eens meer. De meest actuele: de 'En dan'-fase van de peuter. Nagenoeg even actueel als de 'Wat als'-fase van haar zus.
"Mama, mag ik een snoepje?"
"Nou, zullen we eerst eens even ontbijten?"
"En dan?"
"Dan mag je even gaan spelen."
"En dan?"
"Dan gaan we fruit eten."
"En dan?"
"Dan gaat mama even bellen."
"En dan?"
"Dan gaan we even boodschappen doen."
"En dan?"
"Dan laat ik je stiekem achter bij de bakker, dan mag die de hele dag naar jou ge-en-dan luisteren."
Dat laatste dácht ik, hoor. Dat zei (en deed) ik natuurlijk niet echt.
Fem dus: sowieso net haar moeder, maar dus ook in dit opzicht. Wil weten waar ze aan toe is. Zo concreet, gedetailleerd en bijtijds mogelijk graag.
Waar haar zus graag voor een hele dag de feiten op een rij heeft, is Ninthe meer van de hypothesen.
"Wat ik als ik straks buikpijn heb?" (met haar blik op het heus niet buitensporig gevulde broodtrommeltje dat papa in haar rugzak laat glijden)
(gevolgd door:) "Wat als ik dan pas als laatste klaar ben met eten?"
"Wat als we straks buiten gaan spelen en het heel koud is en ik mijn handschoenen niet kan vinden?"
"Wat als er morgen iemand op mijn mouwen kleurt en ik het niet heb gezien?"
"Wat als ik vergeet iets voor Suus' verjaardag te tekenen?"
"Wat als ik voor het eten niet hoef te plassen en dan opeens toch wél moet plassen?"
Onze kleine grote meisjes. Ieder op hun manier op zoek naar een derde H - van houvast.
Waarom? Gewoon, om daarom. Whatever. Want morgen (of vooruit, overmorgen misschien) waait het wel weer over. Gebeurd is gebeurd. Voorbij is voorbij. En op naar het volgende.
Hier hoor ik de 'waarom-vraag' ook maar weinig voorbij komen. Soms vind ik dat wel jammer.
Mooi hoe je je kinderen analyseert vanuit je eigen vakgebied.
Een duidelijke conclusie, na een sterke observatie.
Hier is de 'waarom' vraag daarentegen de meestgestelde vraag op een dag! Het gaat dan ook zó ver door dat ik het antwoord ook niet meer weet en net als mijn moeder vroeger, dan maar antwoord met 'daarom'. Lekker afgezaagd ;-)
Hahaha, whatever. Die is echt heel grappig.
